Basiskennis Fotografie Les 4: De ISO-waarde

Hierboven kunt een andere les kiezen

Basiskennis Fotografie: Les 4: De ISO-waarde

1. ISO Lichtgevoeligheid

De ISO-waarde staat voor de gevoeligheid van de sensor, voor licht. Hoe hoger de ISO-waarde, hoe gevoeliger voor licht. Een verdubbeling van de ISO betekent ook een tweemaal hogere gevoeligheid voor licht. Dat is erg handig wanneer je te maken hebt met moeilijke lichtomstandigheden waarbij je eigenlijk gebruik zou moeten maken van een flitser of een statief. Of wanneer een langere sluitertijd nodig is maar niet gewenst.

Een lage ISO-waarde ISO 50 of 100, geeft aan dat het relatief lang duurt om een foto te maken, een hoge ISO-waarde, ISO 400, 800 of 1600 geeft aan dat het relatief korter duurt om een foto te maken. Hoe lang het echt duurt om een foto te maken hangt mede af van de hoeveelheid licht dat aanwezig is en het ingestelde diafragma. Net zoals bij het wijzigen van het diafragma of de sluitertijd kun je ook met het wijzigen van de ISO-waarde een stop winnen of verliezen. Elke stap naar rechts (100, 200, 400, 800 of 1600) levert 1 stop extra licht op. Elke stap naar links kost een stop licht.

Op ISO 1600 krijg je vanaf ISO 50 vijf stops winst, waardoor scherpe foto’s maken in een donkere kerk (in Delft) wat gemakkelijker wordt, 1/80 sec; f/4,0; ISO 1600. Deze foto is zonder statief gemaakt, je kunt daarom goed zien dat er ruis in de foto aanwezig is. Zonder de ISO te verhogen was het echter niet mogelijk geweest om deze foto uit de hand te maken.

Dit betekent dat we met ISO kunnen gaan compenseren. Als je er voor kiest vanwege de juiste scherptediepte, een foto te maken met f/8 en je sluitertijd blijkt 1/30s met een 100mm Macrolens te zijn, dan is de kans groot dat je foto er bewogen uit komt zien. Maar daar is een ezelsbruggetje voor, de sluitertijd moet minimaal 1 per mm brandpuntafstand zijn, dus 1/100 in dit geval. Door de ISO-waarde van 100 naar 200 op te schroeven komen we op 1/60s (het dubbele) uit, schroeven we hem nog verder op naar 400, dan komen we met weer een stop verder op de gewenste sluitertijd van 1/100s uit. Je kunt er natuurlijk ook voor kiezen om het diafragma iets wijder maken om aan de gewenste sluitertijd te komen, maar dan verlies je scherptediepte in de foto.

Het spelen met de ISO-waardes is ideaal als de omstandigheden niet zo geschikt zijn voor het gebruik van een flitser of een statief, bijvoorbeeld bij een bruiloft in een kerk.

2. Ruis in je foto

ISO kan dus een ideale manier zijn om bij minder licht toch de gewenste foto te kunnen maken. Zoals meestal het geval is, heeft elk voordeel echter ook een nadeel. De lichtgevoeligheid van de sensor neemt wel toe, maar daarmee loop je wel de kans dat bij het verhogen van de ISO-waarden er meer ruis in de foto te zien zal zijn, (digitale foutjes). Afhankelijk van de kwaliteit van de sensor in je camera zie je ongeveer vanaf ISO 400 de ruis in je afbeelding toenemen. Sommige camera's zijn hier wat gevoeliger voor dan anderen en het is in vergelijkende tests dan ook vaak een belangrijk verkoop item. De ruisgevoeligheid bepaalt mede hoe lang je in de schemering of binnen, nog zonder statief door kunt blijven gaan met fotograferen om foto's te krijgen met een acceptabel resultaat. Ruis zul je op het Lcd-scherm van je camera waarschijnlijk niet goed waarnemen, maar later op de computer zal ruis wel degelijk zichtbaar zijn!

Een voorbeeld van wat ruis met je foto doet, zie je in onderstaande foto van een dirigent. De digitale ruis zie je normaal gesproken vooral duidelijk in de wat donkere delen van de foto en aan de randen. Er zitten lichte pixels tussen de donkere pixels, waardoor het kleurverloop daar wat minder mooi wordt. Toch vind ik het resultaat heel acceptabel als je bedenkt dat deze foto gemaakt is met ISO 25600. Vooral op een kleiner formaat is het eigenlijk geen probleem. Voor sommige mensen is ruis helemaal geen nadeel. Het geeft de foto een speciaal effect mee dat wat weg heeft van afdrukken op film en dat kan onder bepaalde omstandigheden heel goed werken. Ondanks dat het vaak wordt gezien als nadeel kan het ook een voordeel zijn in de creatieve bewerking en kun je het creatief inzetten.

4. Hoe kies ik de beste ISO-waarde?

In onderstaande afbeelding zie je een drietal opname van een modelauto die behalve de ISO-waarde met dezelfde instellingen zijn gemaakt. Links is ISO 100, midden ISO 800 en rechts is ISO 1600.

Bij deze afbeelding is in het rechtse plaatje meer ruis te zien bij ISO 1600.

Er zijn camera's die een speciaal ruisreductie programma hebben. Dan neemt de camera twee foto's en past vervolgens een ingewikkeld algoritme toe om zo min mogelijk ruis op te foto te geven. Een goedkopere optie (en beter doseerbaar) is het gebruik van een beeldbewerkingsprogramma. We zijn niet voor niets digitaal bezig. Er zijn veel verschillende applicaties die kunnen helpen bij het verminderen van de digitale ruis. De meeste beeldbewerkingsprogramma's hebben hier wel ergens een optie voor. De een wat effectiever dan de andere natuurlijk, vaak bepaald door de prijs van het pakket.

Meestal zul je foto's op de laagst mogelijke ISO-waarde je maken. Zelf ga ik vrijwel nooit hoger dan ISO 400, afhankelijk van welke camera ik bij me heb. Indien nodig, grijp ik al snel naar een statief. De gebruikte foto's in deze les zijn een beetje een uitzondering, De kerk en het theater waar ik was stonden geen statief of een flitser toe. Laat je echter niet gek maken door de extremen die een camera volgens de fabrikant kan bereiken (12800 of 25600). Er zijn maar erg weinig toepassingen waarbij je zulke extreem hoge waarden nodig hebt en als het wel nodig is dan kun je dat beter oplossen door een statief of een flitser te gebruiken. Waarom zou je toegeven op de kwaliteit als je met het gebruik van een statief of een flitser veel betere resultaten kunt bereiken. Het blijft handig om zomaar voor niets 2 – 4 stops extra uit een camera te persen met een kleine aanpassing van de instellingen.

Deze foto is genomen met een 24-70mm lens, op een brandpuntafstand van 43 mm, diafragma f/3,5, 1/50s en een ISO-waarde van 25600 in een donkere theaterruimte.

Uiteraard is de laagst mogelijke ISO-waarde altijd het beste. Om dit te kunnen bepalen krijg je daarom hier een aantal vragen mee die je aan jezelf kunt stellen wanneer je wilt of moet sleutelen aan de ISO-waarden.

1. Fotografeer je uit de vrije hand ja of nee? Als je een statief gebruikt kun je de sluitersnelheid verlengen, waardoor je de ISO-waarde laag kunt houden.

2. Heb je een grote scherptediepte nodig in je foto? Als je geen grote scherptediepte nodig hebt, dan kun je overwegen om het diafragma wat te vergroten door een lager f-getal te kiezen. Daardoor valt er meer licht op de sensor en kan de ISO-waarde laag blijven.

3. Is het onderwerp wat je fotografeert een bewegend onderwerp? Als je onderwerp niet beweegt, zoals bij productfotografie en wanneer je een statief gebruikt dan kan de sluitersnelheid verlengd worden en de ISO-waarde laag blijven.

4. Kun je eventueel gebruik maken van kunstlicht? Het gebruik van een flitser of een lamp kan meer licht op de sensor brengen waardoor de ISO-waarde omlaag kan. Hou er dan wel rekening mee dat je de juiste witbalans instelt.

5. Is het erg als er wat ruis in je foto zit? Soms is een foto beter af met wat ruis. Sommigen houden juist van ruis. In dat geval kun je de ISO-waarde juist omhoog gooien om ruis in de foto te krijgen.

6. Moet de foto nog vergroot worden? Wanneer de foto niet vergroot afgedrukt hoeft te worden zal een beetje ruis in de foto niet zichtbaar zijn. Dan is het ook geen probleem om de ISO-waarde wat te verhogen.

Vergeet nooit om je ISO-waarde te controleren en opnieuw in te stellen als je aan een nieuwe fotosessie begint. Je zult niet de eerste fotograaf zijn die er pas later achter komt dat de foto's veel ruis bevatten omdat de ISO-waarde nog te hoog stond ingesteld stond. Het controleren van de instellingen bij een nieuwe fotosessie geld niet alleen voor de ISO-waarde. Het is goed om je aan te wennen vooraf altijd alle instellingen te controleren. Controleer ook altijd vooraf of je accu volledig opgeladen is en of je voldoende opslag op je Sd kaartje hebt.

Opdracht. 1

Maak 3 foto's van een onderwerp op de diafragmavoorkeuze stand (A- of Av-stand) met verschillende ISO-waardes. Stel het diafragma in op f/7.1, heb je die stand niet op je camera pak dan een andere stand. Kijk wat er gebeurt met de sluitertijd en de eventuele ruis (korreligheid) in de foto. Doe dit bijvoorbeeld op ISO-200, 1600 en 3200. Heb je die standen niet op je camera, kies dan voor andere ISO-standen.

Opdracht. 2

Maak nog 3 foto's van hetzelfde contrastrijke voorwerp op de sluitertijdvoorkeuze stand (S- of TV-stand) en verhoog weer de ISO-waarde. Doe dit nu op sluitertijd van 1/125. Kijk wat er nu met je diafragma gebeurt. (dat is het getal op je camera waar een f voor staat).

Opdracht. 3

Neem opnieuw een voorwerp en zorg dat je camera op een statief staat. Stel je camera in op manuel (handmatig, M-stand) en stel scherp je voorwerp. Kies voor de eerste foto die je maakt een ISO-waarde van 100 of 200 en kies er een sluitertijd en diafragma waarbij de foto neutraal belicht wordt.

Opdracht. 4

Maak vervolgens de foto nog een keer een foto maar kies nu een veel hogere ISO-waarde bijvoorbeeld 25.600 en pas opnieuw de overige instellingen aan, zodat ook nu de foto weer neutraal belicht wordt.

Het verschil tussen de 2 foto's zal direct duidelijk worden. Bij de foto met de veel hogere ISO-waarde ontstaat een heleboel ruis in de foto. Je had vermoedelijk al wel gezien dat de foto veel lichter werd toen je de iso-waarde omhoog zette en dat je daarom een veel kortere sluitertijd en veel grotere diafragmawaarde nodig had om de foto alsnog goed te kunnen belichten. Dat komt omdat je met de ISO-waarde de gevoeligheid van de sensor instelt. Je kunt het vooral gebruiken bij situaties met heel weinig licht, zoals avondfotografie of concertfotografie maar let wel op dat je niet te veel ruis in je foto gaat krijgen. Dat is een bijkomend nadeel van de hogere iso-waarde. Beter is het om indien mogelijk een lagere ISO-waarde te gebruiken en langer te belichten bij een diafragma wat je voor de scherptediepte nodig acht. En natuurlijk een statief gebruiken.