Basiskennis Fotografie Les 6: Compositie

Hierboven kunt een andere les kiezen

Basiskennis Fotografie: Les 6 Compositie

2. Compositie Hoe doe je dat

Een goed doordachte compositie is essentieel voor het maken van een goed geslaagde foto. Als je al goed gebruik hebt weten te maken van het licht en technische instellingen natuurlijk. Hoe bepaal je of je compositie aantrekkelijk is? De regel van derden is hierbij een goed hulpmiddelen. Veel beginnend fotografen maken in de fotografie meestal gebruik van het middelste autofocus scherpstelpunt, lekker in het midden, waardoor ze het onderwerp van de foto precies in het midden plaatsen. Vaak wordt ook de horizon precies in het midden van de foto geplaatst. Zo lang als de persoon in het beeld herkenbaar en de foto goed scherp is, dan is dat zeer zeker niet verkeerd. Het kan echter wel leiden tot een relatief saaie foto terwijl er zoveel meer mogelijk is. Hoe kun je het onderwerp zo in beeld brengen dat het ook een mooie, gebalanceerde, creatieve en/of interessante foto wordt? Vele jaren geleden is men er al achter gekomen dat foto's veel spannender, dynamischer en professioneler worden door het hoofdonderwerp links of rechts in het beeld te plaatsen. Vermijd daarom zo veel mogelijk een centrale positionering.

Er zijn een aantal gouden regels in de fotografie die je toe kunt passen om tot een goede compositie te komen. Maar, zoals met zo veel zaken in de fotografie moet natuurlijk niets. Je kunt van de gouden regels gebruik maken. In het algemeen is men het er over eens dat die regels wel werken. Jij bent echter de fotograaf bepaald zelf of dat je ze gebruikt of niet. Soms kan het juist verrassender zijn om het niet te doen. De beste compositie is nog altijd een compositie die werkt. Als de compositie voor jou werkt, dan is het een goede compositie. Werkt die niet dan is het natuurlijk een foute compositie. Zo vraagt elk onderwerp om zijn eigen aanpak. Soms is het juist veel beter om een onderwerp midden in het beeld te zetten, de horizon schuin te laten lopen of een ongewoon scherpstelpunt te kiezen. Het belangrijkste is dat je lol hebt in het fotograferen. Trek er op uit om foto’s te maken, een foto die je wel maakt, is oneindig veel beter dan een foto die je niet gemaakt hebt. Met veel oefenen en experimenteren krijg je het vanzelf in de vingers, neem het niet al te serieus en geniet vooral van het fotograferen. Goed en fout bestaat niet in de fotografie.

3. Compositie volgens de regel van derden

Het blijkt dat het oog van de kijker naar objecten aan de zijkant van het midden toegetrokken wordt. Alle reden dus om de regel van derden toe te gaan passen. Maar wat houden deze begrippen nu precies in? Bij de regel van derden deel je het fotovlak op in negen delen. Je doet dit, door zowel horizontaal als verticaal het beeld in drieën op te delen. De beeldelementen bevinden zich bij de regel van derden dan op de lijnen of nog beter, op de snijpunten van deze lijnen. Kijk je naar foto’s van professionele fotografen, dan zie je dat ze vaak de onderwerpen op 1/3e of 2/3e van de foto geplaatst hebben. Probeer daarom zelf bij het maken van een foto, het onderwerp ook op of dicht bij één van de vier snijpunten te plaatsen. Als je gebruik maakt van deze regel van derden, dan ervaart het menselijk oog de foto als meer gebalanceerd en natuurlijker. De kijker zal deze foto automatisch aantrekkelijk vinden omdat het oog zal blijven rusten op het beeldelement dat zich op het kruispunt bevindt. Het creëert dus zowel rust als spanning in de foto.

Zorg bij voertuigen dat er ruimte in de rijrichting voor het voertuig is, zodat het niet lijkt of ze tegen een muur aan rijden. Sluitertijd 1/125 sec; Diafragma f/22; ISO 160; Brandpuntafstand 21 mm.

Bij deze foto heb ik de dame op de linkse verticale lijn geplaatst en haar linker oog op de kruising van de linkse verticale en de bovenste horizontale lijn. Ze staat links op de foto omdat haar houdig naar rechts is gericht. Door de egale achtergrond komt de foto heel rustig over. Sluitertijd 1/125 sec; Diafragma f/14; ISO 100; Brandpuntafstand 43 mm.

Bij portretfotografie bijvoorbeeld, wordt minstens één oog ongeveer op een kruispunt afgebeeld. Scherpstellen doe je op het oog dat het dichts bij de camera is gelegen.

4. Hoe pas je de regel van derden toe?

1. Bepaal een te fotograferen onderwerp.

2. Probeer in gedachten een 9-vlaks rooster op de foto te projecteren.

3. Bij geavanceerde camera’s kun je een rooster op het scherm projecteren.

4. Plaats het hoofdonderwerp van je beeld op één van de snijpunten (horizontaal/verticaal).

5. Probeer de horizon gelijk te laten lopen met één van de horizontale lijnen.

6. Kadreer eventueel achteraf in een beeldbewerkingsprogramma door je afbeelding bij te snijden.

5. Voorbeelden

De regel van derden kan op vrijwel alle onderwerpen worden toegepast. Enkele voorbeelden:

1. Gezichten: let op de kijkrichting, zorg voor ruimte op de foto aan de kant waar naartoe gekeken wordt.

2. Bloemen: hebben ook een kijkrichting, let daar op.

3. Insecten en dieren: ook bij insecten en dieren kun je met de kijkrichting, vliegrichting of looprichting rekening houden.

4. Landschappen: de horizon eventueel op de onderste horizontale deel leggen, Bossen op het middelste deel en de lucht op het bovenste horizontale deel.

5. Zonsondergangen: voorgrond, middelste deel (bijvoorbeeld water), bovenste deel de lucht.

6. Voertuigen: let op de rijrichting, vaarrichting of vliegrichting geef ruimte voor het voertuig en leg het op de onderste horizontale lijn en op de linkse of rechtse kruising.

6. Aantrekkelijke foto's maken

Sommige digitale fotografen passen de regel van derden dan ook op alle afbeeldingen toe. Probeer echter voor jezelf uit te vinden of een foto visueel aantrekkelijker oogt door de regel toe te passen. Experimenteer dus zelf vooral met de regel van derden en kijk waar dat je oog in de foto naartoe wordt getrokken. Varieer zoveel mogelijk met composities. De gedachte achter de regel is, dat je de onderwerpen uit het midden haalt en zorgt voor interessantere composities.

7. De uitzondering bevestigt de regel.

De regel van derden is een vuistregel maar geen vereiste. Hou niet te krampachtig vast aan de regel want dat kan ook averechts werken. Creativiteit in je foto’s brengen blijft immers een groot goed in de fotografie. Er zijn ook foto's waarbij het principe van de regel van derden niet strikt geldt. Als je bijvoorbeeld een object fotografeert dat volledig beeldvullend is zoals een insect of een bloem, of een symmetrisch onderwerp wat je precies in het midden plaatst. Soms kan een foto juist veel spannender en boeiender gemaakt worden door af te wijken van het principe van de regel van derden. Het komt vooral aan op veel experimenteren en kijken wat jij mooi vind.

8. Algemene tips

Hieronder enkele algemene tips over compositie:

1. Experimenteer met de hoogte van de horizon: je kunt bijvoorbeeld bij het fotograferen van landschappen gaan experimenteren door de hoogte van de horizon op de onderste of de bovenste horizontale lijn te leggen.

2. Kijk naar bijzondere sfeerbeelden: zoals bijvoorbeeld zonsondergangen en mistige landschappen.

3. Let op interessante reflecties: in het water, in vensters, spiegels, of zelfs in het chroom van een auto.

4. Ontwikkel een oog voor bijzondere patronen: overal om ons heen kunnen we interessante patronen ontdekken wanneer je er oog voor hebt. Op de onderkant van een paddenstoel, bladeren op de grond, het hart van een zonnebloem of windveren in het ijs.

Bij landschapsfotografie is de plaatsing van de horizon bepalend voor wat je als fotograaf vast wilt leggen in je afbeelding. Over het algemeen zal dat een keuze zijn tussen een interessante voorgrond en mooie luchten. Plaats bij een landschapsfoto een boom op de linkse of rechtse verticale lijn. Je krijgt dan een heel andere foto dan als je de boom in het midden op de foto zou plaatsen. Hetzelfde geldt ook voor de horizon, het maakt veel uit of je die op onderste of bovenste horizontale lijn plaatst.

Op de foto hierboven is de boom ongeveer op de rechtse verticale lijn geplaatst en de horizon laag gehouden, daardoor blijft er een mooi contrast over tussen de boom en de lucht.

9. Lijnen in je foto

Gebruik bestaande elementen zoals, muurtjes, riviertjes, slootjes, wegen, spoorlijnen, afrasteringspaaltjes, hekwerken of elektriciteitsdraden e.d. om het oog naar je onderwerp in de foto te leiden. Door het volgen van de lijnen van deze elementen zul je dieper in de foto kijken. Lijnen zijn naast gekleurde vlakken een van de belangrijkste elementen om een compositie mee te bepalen. Zie onderstaande foto met lijnen van een brug met autowegen, alle lijnen lopen naar het midden van de foto.

Doe dit wel alleen met de one-shot modus, in de AI Focus modus gaat de camera toch de focus (iets) verleggen als je de lens van het onderwerp weghaalt. Druk in dat geval op de * knop, die kan de belichting en/of focus vastzetten zodat je rustig een nieuwe compositie kunt maken zonder dat je minder scherpe foto’s krijgt.

Bovenstaande foto geeft een mooie symmetrische compositie van een brug weer, hier wordt je oog door de schuine lijnen naar het midden van de foto getrokken. De regel van derden wordt hier niet toegepast.

In bovenstaande foto is door mij scherp gesteld op de struiken die op de voorgrond staan, waardoor er meer diepte in de foto wordt gecreëerd. Stel indien mogelijk bij landschapsfoto’s altijd scherp op een onderwerp dat op de voorgrond staat of ligt. Bij deze foto heb ik het water in het onderste deel van de genomen, de struiken in het middelste deel en de lucht in het bovenste deel. Sluitertijd 1/160 sec; Diafragma f/7,1; ISO 200; Brandpuntafstand 18 mm.

10. Diagonale en schuine lijnen

Waar horizontale en verticale lijnen vooral sfeer aan een foto toevoegen, geven diagonale en schuine lijnen richting aan de foto. Een sterke diagonale lijn stuurt het oog van de kijker een specifieke richting uit en kan diepte aan een foto toevoegen. Ook voegt het dynamiek toe aan een foto. Schuine lijnen maken het beeld veel spannender en sportiever, waar horizontale en verticale lijnen meer beperkt worden.

Ook in deze foto zit een denkbeeldige schuine lijn van linksonder naar rechtsboven. Hier heb ik gekozen voor een zwarte achtergrond om de tulpen er mooi uit te laten springen. Veelal plaats ik maar een bloem op de foto maar deze tulpen met hun gebogen stengels vond ik zo een mooie compositie vormen. Sluitertijd 1/40 sec; Diafragma f/8; ISO 64: Brandpuntafstand 70 mm.

Ook bij de foto van deze Strong Annabelle heb ik gebruik gemaakt van de regel van derden. De Annabellen staan hier ook in de diagonaal, van linksonder naar rechtsboven. Bij een rustige, in dit geval zwarte achtergrond komen de bloemen er mooi uit. Hier heb ik bewust gekozen om er een verwelkte bloem tussen te zetten. Sluitertijd 1/200 sec; Diafragma f/8; ISO 100; Brandpuntafstand 62mm.

Deze valse kopergroenzwammetjes, zijn door mij symmetrisch op de foto gezet. In dit geval vullen zij bijna heel de foto. Sluitertijd 1/30 sec; Diafragma f/4,5; IS 100; Brandpuntafstand 100 mm.

Ook in de portretstand werkt de regel van derden als een leidraad. Een bloem heeft soms ook kijkruimte nodig, de ruimte waar de bloem naar toe openstaat, en dus is de plaatsing van de bloem hier rechts uit het midden. Bloemen kun je voor de mooiste foto’s het beste vanaf de zijkant fotograferen, en niet van de bovenkant zoals door veel beginnend fotografen gedaan wordt.

Hou het simpel door niet te veel onderwerpen op te nemen Eenvoud geeft sterkste aan je foto’s. Probeer niet te veel onderwerpen op je foto te zetten, simpele en eenvoudige composities zijn vaak erg sterk. Houd onderwerpen die het hoofdonderwerp niet ondersteunen of de aandacht zou kunnen afleiden uit het beeld. Door te veel onderwerpen in je foto op te nemen kun je de aandacht van je onderwerp afleiden, daardoor is het niet meteen duidelijk wat het hoofdonderwerp van je foto is. Een van de grootste wapens van een fotograaf is de kunst van het weglaten, ondanks dat fotografie vooral een vertellend medium is. Een simpel onderwerp zegt vaak meer dan duizend woorden.

11. Meer over compositie, Kom dichterbij je onderwerp

Eén van de meest voorkomende beginnersfouten op het gebied van de compositie is dat men te veel afstand neemt van het te fotograferen object. Vaak bestaat het grootste deel van een foto uit een saaie achtergrond. Dus... kom dichterbij, niet zo maar een klein beetje maar echt veel dichterbij. Maak hiervoor gebruik van je benen, ga dichterbij staan of gebruik de optische zoommogelijkheid van de camera. Kom dichter bij het onderwerp dan je in eerste instantie had willen doen. Probeer het onderwerp ongeveer heel je beeld te laten vullen (door bijvoorbeeld maar 1/3 deel van de foto niet door het onderwerp te laten vullen). Je foto wordt er veel beter door, kijk maar eens naar de onderstaande macrofoto van een inktviszwam die uit het ei komt. je voorkomt hiermee ook dat in de achtergrond storende elementen zichtbaar zijn. Je kunt dit later eventueel ook in een beeldbewerkingsprogramma regelen door een deel van de foto af te knippen, maar daarmee verlies je veel belangrijk beeldmateriaal (pixels, oftewel beeldpunten).

De foto van een inktviszwam die net uit het ei komt, maakte ik in den Brand in Udenhout. Het ei van de inktviszwam is hier ook in de diagonaal geplaatst. Het bovenste rode deel in de foto is een tentakel van een andere volgroeide inktviszwam. Door ook die in de foto mee op te nemen kon ik laten zien hoe de tentakels van deze zwam er later uit komen te zien. Inktviszwammen staan soms erg dicht bij elkaar maar zijn nog redelijk zeldzaam in Nederland. Sluitertijd 2 sec; Diafragma f/20; ISO 80; Brandpuntafstand 100 mm.

Hier zie je een oranje nestzwammetje wat nog niet open is gegaan, als het oranje hoedje open gaat dan zie je de eitjes in het nestje liggen. Dit nestzwammetje wat ik rechts op de foto heb gezet is maar 3 millimeter groot, Daarom is deze foto gemaakt met een macrolens met tussenringen. Ik had zelf niet in de gaten dat dit zwammetje zo harig was, maar door de foto op deze manier te maken krijg je dat allemaal te zien. Haal daarom zoiets altijd zo dichtbij als mogelijk is voordat je de foto maakt, dan gaat er een wereld voor je open. Sluitertijd 1 sec; Diafragma f/11; ISO 100; Brandpuntafstand 100 mm.

12. Vierkant

Soms leent een beeld zich beter voor een vierkante weergave. Als je meer compactheid, Symmetrie, ingeslotenheid of stabiliteit in je foto wilt brengen, dan kun je eens proberen je foto vierkant uit te snijden. Het grootste deel van de foto’s wordt gemaakt in landschapsformaat (2:3 verhouding). Dat is natuurlijk begrijpelijk, want dit formaat is de verhouding waar vrijwel alle fotocamera’s mee werken en het vertegenwoordigt ook de meest natuurlijke wijze van kijken. Een kleiner deel wordt gemaakt in de postret (verticale) stand. De portret stand geeft aan de ene kant een gevoel van actie en dichtbijheid, maar aan de andere kant kan het ook heel onnatuurlijk overkomen. De uitsnede kun je tijdens het fotograferen zelf bepalen, maar je kunt het ook achteraf tijdens de nabewerking doen. Zorg er bij het maken van de compositie of het uitsnijden van de foto wel voor dat het onderwerp aan alle vier de zijden afgesloten is. Ook vormen als driehoeken, cirkels en ovalen doen het erg goed in vierkante foto’s.

13. Oefenen

Met stillevens kun je natuurlijk eindeloos oefenen totdat je de ideale compositie hebt bereikt. Bij bewegende personen is dit wat moeilijker. Maar met het principe van de regel van derden in je achterhoofd kom je al een heel eind. Achteraf kan in Photoshop of een ander beeldbewerkingsprogramma de perfecte compositie alsnog worden behaalt. Hoe meer je oefent en experimenteert, hoe eerder je tot interessantere composities komt en je het gewenste effect bereikt. Het is de bedoeling dat de kijker langer naar jouw foto blijft kijken dan naar de foto die iemand anders heeft gemaakt. Dat kan zijn omdat het onderwerp interessanter of verrassender is, of omdat het op een bizarre manier in beeld is gebracht.

Een rustige achtergrond maakt je foto zoveel beter, kijk maar eens naar de pijpknotszwam op de rechtse foto. Door je standpunt zo in te nemen dat alles op de achtergrond verder weg is, en door een groot diafragma te kiezen (klein diafragmagetal), wat ik hier ook heb gedaan kun je dit bereiken. Fotografeer je bijvoorbeeld bloemen in een vaas zet die dan zo ver mogelijk weg van alles wat op de achtergrond staat. Indien dat niet mogelijk is, kies dan een rustigere achtergrond. Specificaties voor de rechtse foto, Sluitertijd 1/3 sec; Diafragma f/4; ISO 100; Brandpuntafstand 100 mm. Voor de linkse foto was de Sluitertijd 13 sec; en het diafragma f/22;

14. Reflecties

Ga ook eens na een regenbui op pad, met behulp van de plassen op de straat kun je heerlijk spelen met reflecties. Door het beeld te draaien is voor de kijker niet meteen duidelijk hoe de vork in de steel zit, waardoor deze langer bij je foto zal blijven hangen. En dat is natuurlijk precies de bedoeling.

15. Doorkijkjes

Doorkijkje bij een kasteel in Vianden. Sluitertijd 1/125 sec; Diafragma f/7.1; ISO 400; Brandpuntafstand 18 mm.

Doorkijkje bij de KVL in Oisterwijk. Sluitertijd 0,4 sec; Diafragma f/18; ISO 100; Brandpuntafstand 24 mm. Bij deze foto heb ik i.v.m. de lange sluitertijd gebruik gemaakt van een statief

Een heel concrete vorm van kijkgeleiding is het doorkijkje: alsof je door een een gaatje naar het hoofdonderwerp kijkt. Een nis, raam, patrijspoort, een open plek in de vegetatie of een gat in een muur zijn allemaal voorbeelden van doorkijkjes. Meestal vervult het voorwerp wat ons het doorkijkje verschaft zelf geen hoofdrol in de compositie en volstaan slechts de contouren van een silhouet.

Over hoe je een mooie foto moet maken of welke foto de beste is, daar zijn al veel woorden 'vuil gemaakt' en er zullen ook nog vele discussies over volgen. Ook de compositieregels en tips zullen daar geen verandering in brengen. Van belang is dat je zelf bewuster naar je onderwerp en door je zoeker gaat kijken en dat de resulterende foto aansluit bij het beeld wat je in je hoofd hebt. Dan kan iedereen mooiere foto's maken.

16. Perspectief

Het is heel gemakkelijk om de camera voor je ogen te houden en af te drukken. Om goede foto's te maken is het echter belangrijk dat we nadenken over het standpunt van waaruit we de foto maken. De beste foto's worden gemaakt wanneer de fotograaf een standpunt kiest dat het beste bij het onderwerp past; en dat is zelden of nooit vanuit de staande positie. Vaak moet je voor het juiste standpunt door de knieën of de ladder op. Het is niet voor niets dat de beste fotografen altijd een oude spijkerbroek dragen. Vroeg of laat eindig je liggend met je gezicht op de grond, of staande op een stoel om iets extra's aan de compositie toe te voegen: namelijk een origineel camerastandpunt. Dus mijn tip is: denk wanneer je gaat fotograferen altijd om de hoogte van de lens. Wanneer je dan toch staande een foto maakt, is het goed. Ik wil er echter om wedden dat je in 90% van de gevallen er voor kiest om je foto's te maken vanuit een hoger of lager standpunt. Wat betekent het en wat heb je er aan? Bekijk het eens op een andere manier. en de vogel vanuit de lucht het zouden zien. Nu is het gelukkig niet altijd nodig als een kikker in het water of het natte gras te duiken of als vogel de lucht in te vliegen, de betekenis is dat je standpunt keuze heel veel verschil maakt voor het beeld dat je maakt.

17. Kikkerperspektief

Deze foto heb ik genomen in Rotterdam. Bij het maken van deze foto heb ik de lantaarnpaal als steunpunt gebruikt omdat het al donker was en ik geen statief bij me had. Sluitertijd 1/15 sec; Diafragma f/2.8; ISO 800; Brandpuntafstand 100 mm.

je hoort het wel eens als aanbeveling: maak eens een foto vanuit een kikkerperspectief (laag standpunt) Zoals de kikker het vanaf de grond zal zien. Meer prozaïsch betekent kikkerperspectief fotograferen van onderaf. Bij een kikkerperspectief is je onderwerp opeens groot en indrukwekkend. Het is een goede manier om een krachtig beeld neer te zetten dat bij de kijker stevig binnenkomt. De achtergrond zal vanaf een laag standpunt een zeer belangrijke rol spelen. Je kunt gebruik maken van licht en kleur. Bij macrofotografie vervaagt de achtergrond en speelt bokeh vaak een hoofdrol. Bij een groothoeklens krijg je juist heel veel diepte, dan heb je echt perspectief. Maak ook een gebruik van een spiegeltje, dat je op de grond legt om je onderwerp wat in je spiegeltje reflecteert te fotograferen.

18. Vogelperspectief

Deze foto is gemaakt vanuit de Stadsheer in Tilburg. Het was al bijna donker daarom is bij deze foto een statief gebruikt. Sluitertijd 1/30 sec; Diafragma f/11; ISO 100; Brandpuntafstand 70 mm.

Of maak eens een foto vanuit een hoog standpunt (vogelperspectief). Vogelperspectief is juist een foto maken vanaf een hoger gelegen standpunt. Zoals de vogels vanuit de lucht het zouden zien. Vanuit vogelperspectief kijk je van boven en is je onderwerp vaak nietig en klein . Het beeld van boven ziet er plat uit. Dit geeft een wat vervreemdend effect en levert vaak een abstract beeld op. Patronen en lijnen zijn dan heel belangrijke beeldelementen in je foto. Je kunt foto maken van af een berg, of een hhog gebouw. Als je onderwerp heel klein is, gewoon van bovenaf.

19. Op ooghoogte

Deze foto van het monument voor de Verdronken Dorpen in Zeeland heb ik gemaakt door gebruik te maken van een statief. Het monument staat bij Colijnsplaat, en op de achtergrond zie je de 5 km lange Zeelandbrug. Sluitertijd 1/160 sec; Diafragma f/11; ISO 100; Brandpuntafstand 43 mm.

Er is ook nog een tussenweg in het fotograferen: het fotograferen op ooghoogte. Dan fotografeer je op gelijke hoogte met je onderwerp. Als je je bewust bent van de verschillende invalshoeken kun je deze technieken beter inzetten en de compositie zoeken die past bij het gevoel of de sfeer die je wilt uitdrukken. Experimenteren met diverse standpunten is bovendien erg verrassend en leuk om te doen en kan inspireren tot het maken van creatieve afbeeldingen.

Opdracht 1

Maak 1 foto op ooghoogte en houd rekening met de regel van derde.

Opdracht 2

Maak nog 1 foto vanaf een laag standpunt

Opdracht 3

Probeer ook 1 foto te maken vanuit een hoger gelegen standpunt